De eerste jaren
De Friesland.
Het skûtsje had een lengte van
De eerste meting was op 6 augustus 1930, registratie nummer L 1229 N
Hypotheek nummer 532 b leeuw 1958
Onderstaand stuk is overgenomen uit Foar it Neiteam
Alle Barkmeijer
Een ander befaamd skûtsje van deze werf is de ‘Friesland’ [L 1944 N] uit 1910 (19,46x3,53m). Lodewijk Meeter (*1915 – †2006) kocht het in 1947 van Bauke van Keimpema (*1887 – †1969) uit Earnewâld. Meeter, in de vijftiger jaren één van de initiatiefnemers van de huidige competitie skûtsjesilen van de SKS, bleef ermee zeilen tot
In 1917, tijdens de eerste wereldoorlog, komt het werk op de werf in Briltil stil te liggen door gebrek aan grondstoffen en wordt Alle boer. Wel blijven er smid Smallenbroek en timmerman Van der Heide aan de werf verbonden voor de reparatie van zwaarden en roeren van schepen die langs kwamen. Bijna niemand liet meer zo’n duur schip van beperkte afmetingen bouwen.
In 1922 kreeg Alle contact met Hendrik Koning. Hij was bedrijfsleider op de scheepswerf van Smit te Vierverlaten en wilde wel voor zichzelf beginnen. Alle en Hendrik zijn compagnons geworden en zijn weer kleine schepen gaan bouwen onder de firmanaam ‘Barkmeijer en Koning’ wat de start werd van een derde bloeiperiode met de komst van de motorschepen. In deze tijd was Alle weer de hellingbaas. Coasters, zandzuigers, dekschuiten, roefscheepjes glijden in het Hoendiep. Tjalken of klippers groter dan 300 ton, waar misschien nog wel emplooi voor was, konden vanaf deze plek achter het nauwe bruggetje van Oostwold, de Oostwolderdraai, niet op ruimer water komen.
Tien jaar heeft die fase geduurd, maar ook voor de helling van Barkmeijer in Briltil is de crisis de oorzaak van de sluiting in






