De eerste jaren

 

 De Friesland.
Het skûtsje is in 1910 gebouwd op de werf  Alle Berends Barkmeijer te Briltil Zuidhorn in opdracht van Bouke J.van Keimpema uit Earnewâld,  het kreeg de naam “Drie Gebroeders”.
Het skûtsje had een lengte van 16.20 m. en mat 30 ton.
In de zomer van 1930 is het schip verlengt tot 19.46 m. Met een breedte van 3.55 m. kon er 44 ton aan vracht mee vervoerd worden
De eerste meting  was op 6 augustus 1930, registratie nummer L 1229 N
Hypotheek nummer 532 b leeuw 1958

Onderstaand stuk is overgenomen uit  Foar it Neiteam


Alle Barkmeijer

Een ander befaamd skûtsje van deze werf is de ‘Friesland’ [L 1944 N] uit 1910 (19,46x3,53m). Lodewijk Meeter (*1915 – †2006) kocht het in 1947 van Bauke van Keimpema (*1887 – †1969) uit Earnewâld. Meeter, in de vijftiger jaren één van de initiatiefnemers van de huidige competitie skûtsjesilen van de SKS, bleef ermee zeilen tot 1966 in de in 1946 opgerichte SKS. Tegenwoordig zeilt de ‘Friesland’ in de B-klasse van de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (IFKS) met schipper Hidzer Lodewijksz Meeter.
In 1917, tijdens de eerste wereldoorlog, komt het werk op de werf in Briltil stil te liggen door gebrek aan grondstoffen en wordt Alle boer. Wel blijven er smid Smallenbroek en timmerman Van der Heide aan de werf verbonden voor de reparatie van zwaarden en roeren van schepen die langs kwamen. Bijna niemand liet meer zo’n duur schip van beperkte afmetingen bouwen.
In 1922 kreeg Alle contact met Hendrik Koning. Hij was bedrijfsleider op de scheepswerf van Smit te Vierverlaten en wilde wel voor zichzelf beginnen. Alle en Hendrik zijn compagnons geworden en zijn weer kleine schepen gaan bouwen onder de firmanaam ‘Barkmeijer en Koning’ wat de start werd van een derde bloeiperiode met de komst van de motorschepen. In deze tijd was Alle weer de hellingbaas. Coasters, zandzuigers, dekschuiten, roefscheepjes glijden in het Hoendiep. Tjalken of klippers groter dan 300 ton, waar misschien nog wel emplooi voor was, konden vanaf deze plek achter het nauwe bruggetje van Oostwold, de Oostwolderdraai, niet op ruimer water komen.
Tien jaar heeft die fase geduurd, maar ook voor de helling van Barkmeijer in Briltil is de crisis de oorzaak van de sluiting in 1935. In de oorlog worden de schuren gesloopt en de machines verkocht. Een restant van het hellinggat is het enige dat eraan herinnert. Alle is gaan rentenieren


De eerste jaren tot 1945



Johannes Bauke van Keimpema   en zijn vrouw hadden 4 kinderen te weten
Bouke -Johannes-Pieter en Gelske

Oudste zoon Bouke ging  op de 3 Gebroeders varen, terwijl zijn ouders een brandstofhandel begonnen in Earnewald.

Bouke trouwde met Anne Visser uit Hempens,deze kon zo goed schaatsen dat ze in enkele jaren een complete inboedel bij elkaar schaatste.
Johannes werd los werkman
Pieter werd beroepsvisser in Earnewald
Gelske trouwde met Bouke de Vries en werd schippersvrouw, deze komen we later nog tegen.



In 1931  werd de tijd zo slecht dat ze in Earnewald de brandstofhandel  mee overnamen.

het skûtsje kwam aan de wal,er werd zo nu en dan nog een reisje gemaakt.


Tijdens de oorlog werd het skûtsje in de Oude Venen verborgen om het niet in de handen van de Duitsers te laten vallen.


1947

In de winter van 1946 kocht Lodewijk Meeter Sr het skûtsje de 3 Gebroeders van Bouke v Keimpema voor 3000 gulden, dit was even veel als het skûtsje gekost had toen het in 1910 werd gebouwd.

Lodewijk had als jongen wel meegezeild aan boord van Pieter Jasper en was helemaal gek van skûtsjesilen.

Verder begon hij zijn loopbaan als zwaardeman bij Ulbe Zwaga. Lodewijk Meeter voer in die tijd op tjalk en er moest dus veel worden gevaren om het skûtsje af te kunnen betalen.

In 1947 was het eerste jaar dat de Friesland mee deed met het silen, de mast werd  met spoed uit Amsterdam gehaald en de fok en het zeil werden geleend van Pieter Jasper

Bij de 2e wedstrijd in Earnewâld was er meteen al pech het zeil scheurde, er werd met spoed naar Grouw gevaren waar het zeil werd gerepareerd. Zie foto.



1948-1950

De eerste wedstrijden na de oorlog deden er in het begin weinig skûtsjes mee aan wedstrijden, men moest immers de kost verdienen.Het is dan ook mede aan Lodewijk Meeter te danken dat er in deze periode het skûtsjesilen doorgang kon vinden.Hij was immers de eerste die een skûtsje had om er alleen wedstrijden mee te zeilen.Tevens hielp hij collega schippers om het materiaal voor elkaar te krijgen.
Het was dan ook wek moeilijk om alles op tijd klaar te krijgen voor het silen.getuige de beelden die op de werf bij de Potmarge waren te zien waar de sk
ûtsjes werden gereed gemaakt.

Skûtsjes kunnen ook om

In 1952 dacht men dat de skûtsjes niet om konden slaan,echter 'de Friesland"  was weer als eerste.

In de wedstrijd op Eernewoude stond er een stevige wind en de skûtsjes
gingen soms gevaarlijk scheef. Met name Lodewijk Meeter  hing er soms gevaarlijk in.
Tot men in de Lange Sloot weer een stevige buster kreeg, en het zwaard op dat zelfde moment de grond kreeg, toen ging De Friesland dus om.

De wedstijd werd onmiddelijk stil gelegd( dat deed men toen noch)  en met man en macht werd De Friesland  weer omhoog getrokken.

De volgende dag  werden de mannen met applaus en getoeter begroet daar ze de gehele nacht hadden door gewerkt om het skûtsje  weer klaar en droog te krijgen
.





1950-1960

Vanaf 1953 werd er met redelijk succes gezeild, vanaf 1953 deden er elk jaar wel een paar skûtsje mee, met als diepte punt toch wel 1953 toen er de 1e wedstrijd maar 3 skûtsjes meededen, de 2e wedstrijd was Klaas v d Meulen er echter ook weer bij.

Voor de noodzakelijke vernieuwingen van de zeilen werd er in 1953 een noodfonds opgericht waar de schippers een beroep op konden doen als het materiaal stuk was, dit was hard nodig daar men alles nooit zelf kon bekostigen.

In 1957 werd er heel hard meegedaan om de titel dit werd echter in de laatste wedstrijd verspeeld.

De bemanning in 1957 bestond toen uit: Lodewijk Meeter skipper, Eildert Meeter en Klaas Meeter schoot, Melis de Vries en Oedze v d Heide zwaarden, Eildert Meeter Sr Lieren, Siete Meeter en Jan Meeter aan de fok, verder Sietse Landmeter, Willem Lubach en als hulpjes Marten Lubach en Paul Meeter.

In 1958 verkoopt Lodewijk Meeter het skûtsje aan de Friese Aannemers Sociëteit  de FAS, hij blijft echter wel skipper

Skûtsje  "de Friesland"
Beleef authentiek zeilen